Column: kramp in gemeenten

Een sterke leidraad in mijn leven is dat kramp of pijn signalen zijn dat er intrinsieke motivatie ontstaat om iets te veranderen. Het is de eerste stap in een veranderingsproces. Betekent overigens niet dat het leuk is om mensen of organisaties met kramp of pijn te zien.

Recent met een goed glas wijn nog eens gekeken naar het functioneren van gemeenten. Er is op dit moment veel kramp, grote groepen hebben het vertrouwen in de overheid opgezegd, mn op de flanken van het politieke spectrum (SP en PVV) is er al jaren een gestage groei zichtbaar.

Waar gemeenten ooit een zelforganisatie rond een ‘meente’ (open plek in het dorp) waren, zijn het nu instituten die niet aansluiten op de klantvraag, de legitimiteit is hiermee verdwenen.

De pogingen om contact en legitimiteit te vergroten/versterken stuiten op een andere contradictie namelijk, de nieuwe werkwijze van transparantie, openheid en oprechte communicatie en leiderschap staat in conflict met de hiĆ«rarchische organisatie die een gemeente is en ook zal blijven. Deze hiĆ«rarchie wordt namelijk gevoed door het politieke systeem waarbinnen ‘scoren’ een cruciaal element blijft…

In mijn visie is de kramp kennelijk nog niet groot genoeg om gemeenten daadwerkelijk te transformeren tot open gemeenschappen.

ORIE werkt samen met Kjenning

Kjenning cursus beheer buitenruimten

Column: Gij zult niet middelen

In aanloop naar NCBOR (nationaal congres beheer openbare ruimte) is er een discussie gaande over benchmarken in de openbare ruimte. Een van de deelsessie gaat hier over, er wordt gekeken naar de resultaten van de eerste benchmark van de G4-gemeenten.

Wat ons een doorn in het oog is, is het middelen van de resultaten en dan met name het geven van cijfers. In de CROW publicatie 323 is het indikken van meetgegevens beschreven. Hierbij wordt gekeken naar de 90% regel, dus waar de grens tussen 10 en 11% wordt bereikt, wordt er van uitgegaan dat dit het toonaangevende niveau is. Deze is niet erg praktisch. Stel dat er ‘gemiddeld’ een C-niveau gescoord wordt dan kan dat ontstaan door: 11% C / 19 % B en 70% A. Dit C-niveau kan ook zijn ontstaan door : 9% D, 61% C en 30% B.

Deze percentages leveren dus totaal verschillende beelden, leg dit maar eens uit aan jou wethouder.

Mijn advies: blijf de verschillende percentages goed in beeld brengen en leg uit wat er gebeurt en waarom en wat de verschillen zijn ten opzichte van een vorige periode.

De kracht van onze beeldsystematiek zit in juiste informatie en dit goed te gebruiken op 3 werkniveaus: controle van de uitvoering (bestek) + bijstelling van de uitvoering + verantwoording van het gevoerde beleid.

Paul Nagtegaal begonnen binnen ORIE

ORIE breidt uit! Vanaf 1 oktober werken Martijn van Duuren en Paul Nagtegaal samen aan evenwichtige openbare ruimten. Martijn: “Ik ben erg blij met de komst van Paul. Onze samenwerking en wisselwerking is altijd stimulerend en creatief geweest. ORIE krijgt met de komst van Paul een kanjer in huis op het gebied van management en organisatie. Daarnaast heeft Paul een scherpe focus op het beleid voor inrichting en beheer van de openbare ruimte”. Paul: “Martijn en ik vullen elkaar aan. Samen hebben we onze sporen verdient in beleid en uitvoering. We staan voor gebruikers, draagvlak, pragmatisch en haalbaar. Zeker in de combinatie mensen en kwaliteit gaan we voor het maximale.

Data officer manager voor gemeenten

Data wordt de komende jaren de belangrijkste peiler binnen gemeenten. Met minder medewerkers door de bezuinigingen en minder geld te besteden zullen de keuzes sterker onderbouwd moeten worden en zal er meer verantwoording over het gevoerde beleid worden gevraagd.

Grote bedrijven hebben in hun managementteams al een data officer manager die tot in de board zorgt voor informatie en analyse van de informatie. Informatie die overigens niet alleen op het productieproces en kosten gericht is, maar ook op duurzaamheid, publiciteit, maatschappelijk verantwoord ondernemen, etc.

Welke bewegingen kunnen wij bij gemeenten verwachten: sterkere sturing op prestatie-indicatoren, gerichte data-inzameling, integrale koppeling van data door alle afdelingen en natuurlijke partners. De werking van de data gaat een sterke cultuurverandering ondersteunen, medewerkers worden meer dan in het verleden door data geconfronteerd met hun werkwijzes. Hierdoor worden ze steeds meer gedwongen om actie te nemen, samen te werken en pro-actief en oplossingsgericht te werken.

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen….