Column: Beheerplannen of juist niet

In het beheer van de openbare ruimte wordt na het opstellen van het beleidsplan (IBOR) vaak geroepen: en nu beheer- en onderhoudsplannen. Mijn ervaring is dat als het beleidsplan goed is onderbouwd (doorgerekend) dat er de detaillering naar andere plannen vaak weinig meerwaarde heeft. De doorrekening van IBOR in combinatie met outputgericht denken zorgt ervoor dat hiermee ook de organisatie-lijn duidelijk in beeld komt.

Wat is dan wel nodig: enkele uitvoeringsrichtlijnen (technische richtlijnen),  duidelijke procesafspraken (wanneer is welke actie nodig of welke informatie beschikbaar), heldere functie-invulling (wie meet er wanneer en op welke wijze) en een goede opleiding (zowel team/cultuur als persoonlijk).

Deze manier van denken en werken zal op middellange termijn de invulling van de verschillende functies drastisch veranderen en een stevige besparing geven op de interne uren (beheerders en toezichthouders). Wat zijn jullie ervaringen?

Valideren: informatie moet betrouwbaar worden

De ontwikkeling van beeldgestuurd werken gaat goed, en dus komt het volgende knelpunt al in beeld: validatie van informatie. De laatste jaren neemt het aantal metingen sterk toe, maar er wordt nog relatief weinig aandacht gegeven aan de validatie van de metingen.

Bij de validatie kunnen wij kijken naar een aantal thema’s :

  • consistentie van gegevens, klopt binnen een meting en tussen metingen
  • check in de praktijk, ik wil gevoel houden met de uitkomst van de meting
  • validatie van de toezichthouder, ik hou controle op de kwaliteit van de toezichthouder
  • validatie van het proces, zorg dat er in het proces ijkmomenten worden georganiseerd
  • combinatie van gegevens bronnen, significante afwijkingen zijn in alle gegevensbronnen zichtbaar.

Een mooi recent voorbeeld van validatie van toezichthouder: bij een meting van ongeveer 12 toezichthouder zijn er ongeveer 15 C en D-scores voor 1 beeldmeetlat. Deze scores komen echter bij 3 toezichthouders vandaan. De verklaring kan liggen in de kwaliteit in het betreffende gebied waar de 3 toezichthouders meten of juist in verschillen tussen de 12 toezichthouders. Vervolgonderzoek is nodig.

De stelling: Elke gemeente zou een kwaliteitscoördinator beheer openbare ruimte moeten benoemen die oa de validatie van de metingen op zich neemt.

 

 

Column: C-niveau duurder dan B-niveau

Recent voor wat rekenwerk tijdens mijn detachering in Sittard-Geleen gebruik gemaakt van de nieuwe kostenkentallen van het CROW. Dit is een welkome aanvulling. Wat mij heel erg op viel is dat bij onkruid bestrijding in de woonwijken het onderhoud op een C-niveau duurder (€ 0,94) is dan bij het onderhoud op een B-niveau (€ 0,88). Het resultaat zal wat vertekend zijn omdat het hier om 1 meting gaat. Echter het is een bevestiging van wat al een tijdje in de markt ‘rondzingt’.

Krijgen de tegenstander van de IBOR-werkwijze gelijk of niet? Spannende vraag. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden zou je diepte-interviews moeten houden, nacalculaties van aannemers analyseren, etc. Wat mijn vermoeden is, is dat de denk- en werkwijze binnen IBOR nog kloppen, maar dat dit een specifiek probleem is van de wijze waarop onze vakwereld aankijkt tegen onkruidbeheersing. Mijn stelling is dat je met een B-niveau het laagste realistische niveau van onkruidbeheersing dmv schoffelen hebt bereikt. Wil je blijven schoffelen op een lager niveau dan ontstaat er inefficiëntie (zwaarder werk door dichtgroei van de vakken en afvoer van resten onkruid). Bij een C-niveau zou je eigenlijk over moeten naar een andere wijze van onkruidbestrijding -> maaien en uitharken. Echter in de beeldmeetlat onkruidbeheersing laat dit niet of nauwelijks toe. Immers zodevorming wordt op een C-niveau niet toegestaan. En zeker als we kijken naar de absurd lage norm van zodevorming, 10 cm * 10 cm wordt al gedefinieerd als een zode. Ik ben bang dat deze norm is ontstaan door overijverige werkgroepleden die vaktechnisch veel waarde hechten aan schoffelen….dit gaat naar mijn idee voorbij aan het IBOR-gedachtengoed.

Mijn stelling voor deze keer: binnen de beeldmeetlat onkruid in beplanting zou zodevorming moeten worden toegestaan…Graag jullie reactie